kimmoolenaar.reismee.nl

The last one: conclusie, evaluatie en aanbevelingen

Mijn vijf maanden in Azië zitten er bijna op! Morgen neem ik de bus naar Bangkok, my final destination, om daar de laatste vier dagen van mijn reis door te brengen. Voor de laatste keer rijst met stokjes eten, voor de laatste keer afdingen op de lokale markt, voor de laatste keer op het nippertje scootertjes ontwijken, mijn laatste biertje in een van de vele backpackerbarretjes drinken en voor de laatste keer mijn ho(s)telkamer delen met vele anderen. Ik heb genoten, heb zulke mooie dingen mogen zien, heb praktisch elke dag nieuwe mensen ontmoet en heb zoveel geleerd. Uiteraard, ik heb ook m'n dipjes gehad; er is geen backpacker op aarde die soms niet heel even het gevoel heeft niet meer te willen reizen. Maar al met al was het top en zou ik het zo weer over doen (hetzij zonder stage..)! Maar eerst: een kort verslag van de laatste drie weken.

Samen met Nicolien, Joost en nog een stuk of 25 anderen waren we in Halong Bay echt even ‘op vakantie op vakantie'. Wat een paradijsje! Varen op een grote boot door de vele rotsformaties, slapen op een privéstrandje dat nog het meest doet denken als een luxe versie van Expeditie Robinson, wakeboarden door de baai (jaja, ik heb gestaan!) en een hele hoop gefeest. Nicolien en ik waren zelfs zo enthousiast dat we besloten er nog een dagje aan vast te plakken en samen met vier anderen het grotere Cat Ba eiland nog even onveilig te maken. Uiteraard: op de motorbike :D Na 's middags de lokale ‘FC Hanoi' toegejuicht te hebben en tot in de late uurtjes ook nog ons eigen Holland in een overvolle en loeihete Oranje kroeg, was het voor Nic en mij weer tijd om te splitsen en allebei onze eigen reis te vervolgen. Voor mij hield dit in: een 26-uur-durende treinreis naar Zuid-Vietnam, Nha Trang. Helaas werd ik hier ziek, en heb ik twee dagen 'lekker' op mijn bedje gelegen. Maar ach, dat hoort er hier nu eenmaal bij. Via het verkoelende Dalat eindigde ik mijn Vietnamtrip in Saigon, ofwel: Ho Chi Minh City. Ik schreef al dat ik nog niet zeker wist of dit land wel echt de mijne was en echt, ik heb het echt geprobeerd: heb Vietnam een tweede kans gegeven. Na echter in Hanoi een klap van een taxichauffeur te hebben opgevangen en als klap op de vuurpijl in Saigon te zijn beroofd van mijn tas (met daarin camera, mobiele telefoon, pinpas, creditcard en geld) mag ik toch wel zeggen dat Vietnam niet mijn lievelings is. Maar gelukkig had ik Cambodja nog voor de boeg om mijn Azië indrukken nog een beetje bij te stellen en dat is gelukt!

Alhoewel ik hier in Cambodja slechts zeven hele dagen door heb gebracht, vind ik het geweldig! Phnom Penh was heftig, de killing fields en de voormalige gevangenis S21 uit de tijd van de Khmer Rouge hebben een ongelofelijk indruk achtergelaten. Wat een drama heeft zich daar afgespeeld! In Sihanoukville maakte de continue stortregen het liggen op het strand onmogelijk, maar heb ik mezelf met een boek en fruitshakes goed vermaakt in een barretje. Nu zit ik in Siem Reap: geweldig! In het hostel mét zwembad kom ik goed aan mijn trekken wat betreft chillen, de Angkor What? Bar zorgt 's avonds voor de mooie verhalen en ontmoetingen, en vandaag zoals het hoort cultuur gesnoven bij de tempels van Angkor Wat. Alhoewel de wolken voor onze zonsopgang zaten om 05.00 am, vond ik de tempels prachtig. Ik heb een onvergetelijke tijd gehad, maar kan niet anders dan bekennen dat ik zin heb om weer naar huis te gaan. Nog een paar dagen afscheid nemen van Azië in Bangkok, om volgende week weer veilig op Nederlandse bodem terug te keren.

Conclusie

Na vijf maanden rondreizen in het verre oosten kan ik niet anders dan concluderen dat Azië toch wel een beetje mijn hart gestolen heeft. Het is hier prachtig, de cultuur is zo rijk, ik heb zo ontzettend veel gezien, maar nog veel meer niet! Daarom twijfel ik er niet aan dat ik hier ooit nog terug kom en weer een nieuw stukje Azië aan zal doen.

Vijf maanden, vier landen en een grote stad later kan ik zeggen dat ik met de echte backpackers mee kan praten. Op één vlucht van Lhasa naar Kunming na (ivm het aflopen van mijn Chinese visum) heb ik alles over land gereisd: van miljoenenstad Beijing, dwars door China naar Tibet, en via de jungle in Laos, de stranden in Vietnam, de historie van Cambodja, all the way to Bangkok, my final destination. Ik heb ongelofelijk mooie dingen gezien, gedaan, interessante mensen ontmoet. Helaas ook minder mooie dingen (milieuvervuiling, veel kindermishandeling) wat je weer met beide benen op de grond doet staan. Mijn backpack is gegroeid van 12 kilo in maart tot toch minimaal een kilo of 16/17 op dit moment. Toch dubieus naar mijn idee, aangezien ik al mijn winterkleren heb gedoneerd aan tibetaanse monniken en nog een doos naar huis heb laten shippen vanuit Vietnam..

Ik heb in drie maanden tijd tien woorden Chinees geleerd, maar met tien woorden kom je in China eigenlijk best ver. In Laos, Vietnam en Cambodja wordt verrassend goed Engels gesproken, en ben ik niet verder gekomen dan een simpel hallo en dankjewel. Ik heb mijn engelse ruimschoots verbeterd door het reizen met alle Britten, Ieren, Amerikanen, Canadezen en Australiers, alhoewel ik stiekem elke keer weer baal als mensen tegen me zeggen: You're from Holland, right?, nadat ik één zin heb gezegd..

Ik heb in totaal 13 weblogs geschreven met 218 bijbehorende foto's (maar stiekem over 5000: voor de geïnteresseerden..) wat voor mij een leuke herinnering aan Azië is. Iedereen die mijn weblog heeft gevolgd: superbedankt voor al jullie interesse en alle 220 (!) reacties! Die zijn zo ontzettend leuk om te lezen als je zo ver weg van huis bent!

Evaluatie

Land waar ik het liefste weer naar terug zou keren? China, veel gezien, maar nog veel meer niet gezien

Lekkerste eten? Chinees

Fijnste land om te backpacken? Laos, met stip op nummer 1

Aardigste mensen? Laos

Mooiste stranden? Vietnam

Dieptepunt? De bus van Savannakhet (Laos) naar Danang (Vietnam); de overval in Saigon

Hoogtepunt? Tibet, the ‘Tha Khaek Loop'

Nieuwe hobby? motorbike rijden

Favoriete Chinese zinnetje? ‘si shi si, shi shi shi, shi si shi shi si, si shi shi si shi', wat betekent: ‘vier is vier, tien is tien, veertien is veertien, veertig is veertig', mits op de juiste toon uitgesproken uiteraard.

Aanbevelingen: the do's and the don'ts

Reizen? Doen!

Alleen reizen? Ook doen! Er zijn momenten geweest waarop ik me the Queen of the World voelde, een beetje in mn uppie Azië rulen. Er zijn ook momenten geweest waarop ik het alleen reizen hebt verafschuwd. Maar overall: positief!

Als meisje alleen reizen? In Azië geen probleem. Met een gezond verstand kom je ver.

Hello China Project? Niet doen, er zijn projecten waar je hulp harder nodig is.

Je vriendje vijf maanden thuis achter laten? Niet doen, geen bal aan.

Interessantste bestemming? Tibet

Wat ga ik missen? De aardige locals, het eten, de waarde van het geld, het elke-dag-nieuwe-mensen ontmoeten, de leuke backpackerbarretjes,het hele lichte bier waar je geen kater aan over houdt,de ‘bizarre' dingen (zo zit je in de bus naast een vrouwtje die vol walging haar mening uit over mijn armhaar: dat moest ik toch echt als de sodemieter epileren)

Wat ga ik niet missen? De onaardige locals, het leven uit een rugzak, de lange busritten (voordeel: een twee-uur-durende treinreis van Utrecht naar Groningen vind ik nooit meer ver) , het 24/7 zweten van de hitte, de muggen, kinderen worden hier veel geslagen, de onbegrijpelijke facebookblokkade van zowel de Chinese als Vietnamese overheid.

Bedankt voor alle support! Ik ga nog even vijf dagen genieten en keer dan weer terug naar het Nederlandse. Tot gauw!

Liefs uit Azie

Vietnam part I: van Hoi An naar Hanoi

Mijn eerste berichtje vanuit Vietnam! Ik ben inmiddels alweer 10 dagen aan het rondreizen met Nicolien in het noorden van Vietnam, en vergeleken met het relaxte Laos is dat een wereld van verschil! Rijen met toeterende scootertjes, drukke(re) steden, stenen huizen, (veel!) toeristen en zo nu en dan de elektriciteit die weer eens uitvalt. Of Vietnam mij al ‘gegrepen' heeft; daar ben ik nog niet helemaal over uit. Het landschap is prachtig, reizen met Nic supergezellig, maar de locals gooien voor ons een beetje roet in het eten.

De rit van Savannakhet in Laos naar Hoi An in Vietnam is er één die ik niet gauw zal vergeten. Volgens de Lonely Planet was Savannakhet ‘de ultieme hop-off place' naar Vietnam. Helaas, eenmaal aangekomen bleek de realiteit anders: een spookstadje eerste klas en geen enkele agency die mij een comfortabele bus naar Vietnam aanbood. Gezien mijn meeting met Nicolien zat er voor mij niets anders op dan de lokale nachtbus te nemen. Nu ben ik inmiddels een expert in de local buses, maar dit was toch wel één die ik niet snel weer zou nemen. Na een helse rit kwamen we om 01.30 bij de grens aan, terwijl deze pas om 07.00 uur openging. Maar aangezien niemand mij dit in het engels kon uitleggen, wist ik van niks, heb ik 2 uur op een matrasje gelegen, geen oog dicht gedaan, en de rest van de nacht uitgezeten op een plastic stoeltje. Voor het eerst in Azië voelde ik me niet veilig. Je snapt dat toen ik de volgende dag om 16.00 uur aankwam in Hoi An, en Nicolien met een biertje op me zat te wachten, ik zo blij was als een klein kind. Erg leuk om elkaar na vier maanden weer te zien! Hoi An is een klein pittoresk plaatsje aan de kust. Toeristen komen hier echter niet om louter lui om het strand te liggen, over de boulevard te struinen of te genieten van lokale specialiteiten: in Hoi An laat je kleren op maat maken, of je nu wilt of niet.. In de honderden kledingwinkels kun je vrijwel alles wat je maar wilt precies naar eigen wens laten maken, van maatpakken tot schoenen. Nic en ik wilden allebei ook wel iets laten maken en kozen uiteindelijk voor een tailor waar een knaloranje maatpak in de etalage stond. Leuk Vietnamees momentje was toen we de volgende dag even moesten wachten op de laatste afwerkingen van onze kledij, en het vrouwtje in de winkel voor ons begon te zingen, omdat ze ook altijd erg goed was in karaoke.. Zo vals als een kraai, één of ander boybandnummer, van begin tot eind: we hadden moeite onze lach in te houden. Het kleding op maat laten maken is mooi maar gevaarlijk, aangezien er zoveel keus is dat je alleen maar meer en meer wilt. Na een doos van 10 kilo naar huis te hebben gestuurd, besloten we dat het hoog tijd was om Hoi An te verlaten en ons onder te dompelen in de cultuur van Hue.

Hue is een kleine sfeervolle stad in midden-Vietnam, maar volgens menig backpacker niet meer dan 1 dag waard. We kwamen aan in een superleuk backpackershostel tijdens het happy hour (gratis bier van 5 tot 6!) waardoor we na 1 minuut nog steeds bepakt en bezakt met bagage én een biertje in onze handen besloten dat we Hue heel leuk vonden en 1 dag voor ons bij lange na niet genoeg was! Naast het ontmoeten van vele andere backpackers en het Nederlands elftal supporten genoten we de volgende dag tijdens een fietstocht door de stad van de buitenwijkjes en het leven op straat en beseften eens te meer dat we blij zijn met onze geografische bril! Net op het moment dat we besloten dat het eigenlijk te warm was voor een fietstocht en het misschien beter was om maar terug te keren naar het hostel, begon het te regenen en binnen twee minuten waren we compleet doorweekt! Lang leve het regenseizoen!

Via een dagtocht langs de Demilitarized Zone (de grens tussen het vroegere Noord- en Zuid Vietnam) reisden we door naar Hanoi en namen die-hard als we zijn diezelfde avond nog de tweede nachtbus op rij naar Sapa. Sapa is een klein plaatsje in de bergen in Noord-Vietnam. Volgens menig backpacker de ultieme highlight van Vietnam. Ik kan niets anders dan dit volmondig bevestigen: prachtig! En hoe kun je een omgeving bestaande uit bergen, rijstvelden en kleine dorpjes nu beter verkennen dan... op de motorbike! Mijn nieuwe verslaving is inmiddels ook overgeslagen naar Nicolien, en samen met twee Canadezen hebben we twee dagen rondgecrosst in Sapa. Een aantal kleine crashes maakten ons niet minder enthousiast: ik ben nog steeds fan!

But.. don't fuck with me!

Dat Vietnam een stuk welvarender is merk je gelijk: veel meer bebouwing, veel meer vervoer en vooral veel meer toeristen. Daarmee staat Vietnam lijnrecht tegenover het nog relatief ‘onondekte' Laos en is het meer een soort Thailand in de kinderschoenen. Niet alleen merk de je dit aan het grote aantal reisorganisaties die tours tot en met aanbiedt; ook de locals hebben door dat er aan toeristen veel geld te verdienen valt. Ik ben meer dan bereid om bij te dragen aan de lokale economie door koffie te bestellen, armbandjes te kopen en dat soort dingen, maar de onderhandelingstechnieken van de Vietnamezen gaan me te ver, zijn vervelend en gewoon niet leuk meer. Toen Nic en ik aankwamen in Hanoi wilden we graag naar het backpackershostel waar we al een kamer hadden geboekt. Je neemt hier dan geen taxi (China) of tuktuk (Laos) maar je gaat gewoon achterop de scooter zitten! Ik had mijn scootermannetje het visitekaartje van het hostel laten zien, waarop hij antwoordde met: Yes, I know, I know! Helaas werden we 10 minuten later gedropt bij een shabby klein guesthouse waar ‘hostel for backpackers' boven stond, hoogstwaarschijnlijk van ‘a friend' van hem. Verbouwereerd sprongen Nic en ik van de scooter, riepen hard don't fuck with me!, en kregen een verbaasde reactie: ‘Huh, you don't pay me?' Of voorbeeld nummer twee, toen we van Sapa terug naar Hanoi gingen. We hadden in Sapa een treinkaartje gekocht, en tevens een ticket voor een minibusje naar het treinstation. Eenmaal aangekomen bij het treinstation hielp onze chauffeur ons de backpacks uitladen, waarop hij zei: you pay money! Van ons lange betoog dat we het geld allang hadden betaald bij het bureau in Sapa wilde hij niks weten. Ons bonnetje waarop geschreven stond dat we twee buskaartjes betaald hadden griste hij uit onze handen, stopte het in zijn zak en foetsie, weg was ons bewijs. Op het moment dat Nic en ik besloten dat het misschien wel slim was om gewoon keihard weg te lopen, pakte de buschauffeur Nicolien haar backpack vast. Gelukkig zijn Nicolien en ik in dit soort situaties beide niet op ons mondje gevallen en blijken we een uiterst goed team in zelfverdediging. Nicolien sloeg hard naar achter met onze versgekochte baquetjes die helaas sneuvelden en ik kon met een goede ‘don't fuck with us!' uit de voeten. Opvallend is dat op zulke momenten er geen enkele Vietnamees op straat loopt die ook maar op of omkijkt en bereid is twee lieve Hollandse meisjes in nood een handje te helpen. Nee, het lijkt de normaalste zaak van de wereld om toeristen geld af te troggelen. Toen we al shakend en vol adrenaline in de trein zaten, waren we het erover eens dat we beiden behoorlijk klaar waren met Vietnam.

Maar goed, dat dit soort dingen overal voor kunnen komen beseffen wij ons ook, dus geven we Vietnam uiteraard nog een kans. Morgen gaan we drie dagen naar Halong Bay samen met een oude bekende... jawel: Joost Imhof (studiegenootje)! Voor de same same but different stories, zie nicolienvaneeden.reismee.nl!

'The Loop'

In de backpackersscene worden tips over het wel en wee in Azië aan de lopende band uitgewisseld. Ga daar heen, en daar vooral niet. Ga in die stad naar dit hostel en bestel dit daar en daar. Tijdens mijn twee weken in Noord-Laos werd mij door veel mensen aangeraden om vooral niet te lang in het zuiden rond te hangen, want daar is toch niks te doen. En laat ik nou net twee weken Zuid-Laos op de planning hebben staan. Maar bij deze wil ik dat elke reiziger die heel Zuid-Laos skipt zichzelf voor zijn kop slaat: voor mij juist een hoogtepuntje!

In Vientiane heb ik mijn tijd een beetje uitgezeten (want daar was echt niks te doen!), al wachtend op Nederland-Denemarken, wat ik toch wel graag wilde zien. Beetje dobberen in het lokale publieke zwembad en een poging doen om wat te shoppen (maar zelfs dat was moeilijk, geen winkels..!). Samen met de engelse Sam heb ik zeer underdressed het NL elftal gevolgd om de volgende ochtend gelijk door te reizen. Van Vientiane ben ik verdergegaan naar Tha Khaek. Mijn bijbel die de Lonely Planet heet vertelde mij dat men hier vooral komt voor ‘the Loop', een driedaagse motortocht door het ‘echte Laos', met als klap op de vuurpijl een bezoek aan de Kong Lo cave. Dat leek me nou echt ultiem! Het nadeel van alleen-reizen is dat je dit soort tochten niet zo gauw in je eentje maakt (zeker ik niet aangezien mijn technische kennis wat betreft motoren echt nihil is) en dat ik eerst op zoek moest gaan naar andere backpackers. Maar zoals wel vaker gebeurt viel ik weer met mijn neus in de boter: om 19.00 uur kwam ik aan in Tha Khaek, en om 20.00 uur had ik 7 anderen gevonden om de volgende ochtend de welbefaamde ‘Loop' mee te starten. Aangezien ik nog nooit van m'n leven op een motorbike had gereden ontkwam ik de volgende ochtend niet aan een oefenrondje, maar na 5 minuten had ik het schakelen wel onder de knie en konden we vertrekken. Waar Tibet mijn China-hoogtepuntje was, zo is ‘the Loop' zonder twijfel mijn Laos-hoogtepuntje. Het was geweldig! Met zn achten gestart, met zn zevenen geëindigd (Caroline's motor was na een uur al gestolen..), ongeveer 450 kilometer gereden, variërend van 110 km/h knallen op het asfalt tot met 10 km/h hobbels en modder ontwijken, een keer of zeven pech gehad onderweg (maar zoals ik al zei: het geluk is aan mijn zijde, ik had nergens last van), slapen in kleine dorpjes, de zon onder zien gaan tussen de rijstvelden, de meest aardige locals ontmoet onderweg, kindertjes die bij het horen van het geluid van de motorbikes uit hun huizen komen rennen om ‘sabaidee' (hallo) te roepen, helaas een klein brandwondje op mijn been want de motor was iets heter dan ik dacht, en tot slot met een longtailboot 7,5 km door de Kong Lo cave varen: whaaa, supervet! Voor een sfeerimpressie verwijs ik naar de foto's.

Toen door naar Pakse. Gezien het feit dat ik zo in de ban van mijn motortocht was, kon ik het niet laten om nogmaals een dagje een motorbike te huren en het Bolavenplateau te ontdekken. Samen met twee Nederlandse meiden uit Groningen heb ik in één dagje een rondje gemaakt langs vier watervallen, koffieplantages en weer een boel mooie uitzichten. Leuk ‘local' momentje was toen we bij de fietsenmaker zaten (zij hadden een lekker band), een vrouwtje de brandwond op mijn been zag, wegsprintte en terugkwam met wat plantjes wat ze erop smeerde. Good, good! Gelukkig kreeg ik nog een zakje plantjes mee zodat ik nog even door kan gaan met smeren.

Aan het einde van mijn Laos-reis vroeg ik mij af: ‘Kan het leven nog chiller?' En ja, zelfs dat blijkt te kunnen! Mijn laatste bestemming in Laos werd Si Phan Don, ofwel de 4000 islands. Bij aankomst op Don Det ontmoette ik gelijk een Nederlands meisje en een Zwitserse jongen waarmee ik een bungalow deelde. Let wel: een houten hutje aan de Mekong, met eigen balkonnetje, twee hangmatten en een eigen badkamertje voor een recordbedrag van welgeteld 1 euro p.p.p.n. Naast de twee watervallen die ik heb gezien heb ik hier vooral helemaal niks gedaan. Ik had nog de speciale Irrawaddy-dolfijnen kunnen gaan bekijken die hier voorkomen, maar (ik durf het bijna niet te zeggen): daar had ik geen energie meer voor. In de hangmat liggen, slapen, eten, chillen: dat was het wel. Wat wel weer heel leuk en gezellig was, was dat ik op Don Det echt superveel bekenden tegenkwam die ik eerder ergens in Laos had ontmoet. Ik was van plan om vanaf Don Det naar Vietnam af te reizen, maar aangezien ik daar niet meer genoeg geld voor had, en er op het eiland geen pinautomaten aanwezig zijn, maak ik nu noodgedwongen een stop in Savannakhet. Vanavond neem ik vanaf hier de bus naar de grens met Vietnam! Na 22 dagen Laos ben ik weer helemaal klaar voor een nieuw land. Bovendien ontmoet ik morgen Nicolien (vriendinnetje uit Utrecht) waar ik erg naar uit kijk! Na de honderden korte en vluchtige contacten die je maakt lijkt het me een verademing om twee weken te touren met Nic. Tot in Vietnam!

Lao(nchen)

Na drie maanden op hoog tempo door China reizen was ik, hoe gek het misschien klinkt, toe aan chillen! En voor chillen ben ik hier in Laos precies op de juiste plek. De warmte staat alleen jurkjes en korte broeken toe, de zonnebrandcrème kan niet aangesleept worden (net als de anti-muggenspray helaas..) en de zorgen van alledag bestaan voornamelijk uit het kiezen welke fruitshake het deze keer wordt. Relaxheid alom. Afgelopen tien dagen heb ik door het noorden van Laos gereisd, echt een hele mooie omgeving! Overal rieten hutjes, bananenbomen, bergen en zo groen! Maar goed, al kijkend naar de zonsondergang bananenshakes drinken in rieten hutjes is natuurlijk lang niet zo leuk als je grote liefde op duizenden kilometers afstand zit...

Vanuit Kunming in China heb ik de bus genomen naar Luang Nam Tha in het noorden van Laos. Daar heb ik samen met twee andere Nederlanders (blijkt dan weer een oud-voorzitter te zijn van Mebiose, it's a small world after all..) en twee locals twee dagen back to basic een jungle-trek gedaan. Na een dag sjouwen door de brandende hitte maakte ik 's avonds voor het eerst kennis met het regenseizoen.. De regen kwam met bakken uit de lucht vallen en als echte Laos-leek was ik daar natuurlijk niet op voorbereid. Met een paraplu door de jungle lopen op spekgladde adidasjes is geen aanrader. Gelukkig konden we 's avonds het een en ander drogen bij een kampvuurtje. Eenmaal aangekomen bij een rieten hutje in de middle of nowhere bleek dat we midden in een wespenplaag terecht waren gekomen, om gek van te worden. Dat was het moment waarop ik mijn jungletocht graag even de rug wilde toekeren. De volgende dag maakte echter weer alles goed: prachtige uitzichten en een heerlijke lunch met wat lokale landarbeiders. Terug in Luang Nam Tha ging ik 's avonds wat eten op de nightmarket. Al snel werd ik uitgenodigd door vier Laotiaanse zakenmannetjes om bij hen te komen zitten. Door te kletsen met de locals leer je de cultuur goed kennen, wat ik heel leuk vind: Laotianen zijn over het algemeen echt superaardig! Toen ik vroeg wat voor werk ze deden kreeg ik de antwoorden: ‘ministry of foreign affairs', ‘ministry of defense' en ‘office of prime minister'. Hihi, ik weet wel met wie ik in zee ga!

In Luang Prabang heb ik me pas helemaal aan het Laotiaanse leventje overgegeven en gechillt als nooit tevoren. Ik heb me de koning te rijk gevoeld: door de Franse invloeden hier mocht ik elke dag genieten van baquettes met la vache qui rit, my favorite! Verder lekker aan de Mekong cocktails gedronken, boekjes gelezen, gezwommen in watervallen, me in het Laotiaanse uitgaansleven gestort en veel opgetrokken met andere backpackers uit het hostel. Dat het leventjes hier in Laos gewoon niets anders dan relaxt is, daar is iedereen het over eens. En zo werd dan ook al vrij snel het begrip ‘Laonchen' geboren.

Na Luang Prabang ben ik samen met een paar anderen doorgereisd naar Vang Vieng, partyplace van Laos. Vang Vieng is een klein plaatsje waar alles draait om feesten, drinken maar vooral.. tuben! Men neme een grote binnenband, een rivier en een stuk of 10 barretjes waar je aan kan leggen (en wat iedereen ook keurig netjes bij alle 10 doet!) et voila: het concept van tuben. Door het niet-waterproof zijn van mijn camera helaas geen foto's van het tuben: what happens op de Nam Song, stays op de Nam Song. Alhoewel ik eerlijk moet bekennen dat het Salou-gehalte me van tevoren niet heel erg aansprak, heb ik twee topdagen gehad! Dat ik me in Vang Vieng op de backpackershighway bevond, bleek maar weer toen ik lekker lag te tuben op de rivier, en ineens Oddie uit Groningen/Utrecht tegenkwam. Zoals ik al zei: it's a small world after all.

Twee dagen Vang Vieng was voor mij meer dan genoeg, en zo ben ik weer ietsje zuidelijker getrokken naar hoofdstad Vientiane. Vientiane is waarschijnlijk de kleinste hoofdstad die ik ooit heb gezien, en nadat ik vanochtend een uurtje rond had gefietst, had ik alles wel weer gezien. Ik verwacht dan ook niet erg lang te blijven. Wellicht vertrek ik morgen, wellicht de dag erna. De volgende bestemming? Nog geen idee.. Het backpackersleventje? I'm lovin' it!

Seven Days in Tibet

Een update vanuit Lhasa, vanaf het dak van de wereld! Tibet was letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van mijn reis tot nu toe. Ik heb in één week zoveel gezien en zoveel gedaan. Beginnend in Lhasa, gehopt van klooster naar klooster. Daarna met de fourwheeldrive onder het genot van Tibetaanse volksmuziek door Tibet gecrosst. Ooit rivieren, zand, gras, rotsen en sneeuw in één oogopslag gezien? Ik wel! Het landschap is echt adembenemend mooi. Ik heb ongelofelijk back to basic geleefd: wat te denken van 5 dagen zonder douche? Elke dag vroeg opstaan om maar zo veel mogelijk te zien in korte tijd. Maar laat ik beginnen bij het begin. Mijn reis naar Tibet begon met een 35-uur durende treinreis van Shanghai naar Chengdu, welke ik me alleen maar kan herinneren als een ware hel. Dit kwam niet door de lange zit, rokende, rochelende of snurkende chinezen, maar door het feit dat ik boven een moeder met haar dochtertje sliep. Moeders was echt een draak, en heeft haar dochter letterlijk 35 uur lang geslagen. Een keer hoesten.. pats.. een voetstapje.. beng. Zo zielig! Mijn twee dagen in Chengdu waren daarentegen geweldig. Dat reizen in je eentje leidt tot ontmoetingen werd maar weer eens keihard bewezen: binnen een paar uur kende ik iedereen uit het hostel. Ik heb panda's gekeken, het grootste standbeeld van Mao in China bewonderd en nog even een voetbalwedstrijdje meegepakt (vrouwenvoetbal Azië Cup, Australie tegen Zuid-Korea). Voor de rust waren we voor Australië, maar aangezien het er op de Zuid-Koreaanse tribune veel gezelliger uitzag, hebben we na 45 minuten maar geswitcht en ons tussen de Zuid-Koreanen begeven.

Vervolgens tijd voor treinrit nummer 2: the advanced one. De Qinghai-Tibet railway is de hoogste treinreis ter wereld, en bracht me in 45 uur van Chengdu naar Lhasa. Momenteel is de situatie zo dat je Tibet niet in mag als individuele reiziger, maar dat je deel moet uitmaken van een groep. Via het hostel was ik in contact gekomen met drie anderen, en 50 mailtjes later waren we ‘een groep'. Ik had geen van allen ooit ontmoet voordat ik de trein in sprong, maar gelukkig klikte het supergoed! Dit keer was de treinreis geweldig: vodka uit waterflesjes drinken met een paar chinezen, een Italiaanse mama die ons continue van voedsel voorzag, per ongeluk bier in de baby's noodles gooien, en een eerste kennismaking met de Tibetaanse steppe vol met yaks.

In Lhasa ontmoetten we onze gids Namla en chauffeur Nima. Namla heeft zoals heel veel Tibetanen een groot deel van zijn leven doorgebracht in India, wat ervoor zorgde dat hij goed engels sprak. Hij is 24, heeft twee vrouwen, twee kinderen en 14 vriendinnen. Bovendien vertelde hij dat hij zijn baan als gids binnenkort opzegt om weer terug te keren als nomade, omdat daar simpelweg nou eenmaal meer geld mee te verdienen valt. Tja.. soms valt mn mond nog steeds open van cultuurverschillen. Na twee dagen in Lhasa heel veel over het boeddhisme te horen hebben gekregen (moet toegeven: ik snap er nog steeds weinig van) sprongen we de landcruiser in. Met een snelheidslimiet van 70 km/h over de Friendship Highway en met zn vieren op de achterbank niet altijd even comfortabel, maar ja.. daarvoor ben ik niet in Tibet.

De reis was prachtig, het landschap waanzinnig en we hebben ons uiterste best gedaan te integreren met de locals! Een avondwandeling in Gyantse leidde tot thee drinken (yakboterthee, blegh) bij een Tibetaans gezin. Vertederend hoe het zoontje van een jaar of 7 met open mond Claire's camera inspecteerde en honderden foto's maakte. Een van mijn reisgenoten, Gavin, was Amerikaan, en Amerikanen kunnen soms gek doen. Echter, soms doet een gekke Amerikaan de groep veel goeds. Bij aankomst in (old) Tingri zei Gavin: ‘Well hello, where are the horses?'. Het bleek een gouden grap, de volgende ochtend om 8 uur stonden er vier paarden voor ons klaar. Al galopperend over de Tibetaanse steppe, met de Mnt Everest op de achtergrond, kan ik niet anders dan bekennen dat ik overal kippenvel had. Zo mooi! Bovendien reden we na een uur door een dorpje waar de locals klaarstonden langs de weg met yakboterthee (bah) en lekkernijen als ontbijtje. Als klap op de vuurpijl nog even een nachtje meegepakt bij de Mount Everest Base Camp. Na een rit over stenen, rotsen en wegen die je nauwelijks wegen mag noemen, was daar het tentenkamp aan de voet van de Mount Everest. Na een heftige sneeuwbui besloten we toch de 4 kilometer naar boven te lopen om een mooi uitzicht op de Mnt Everest te hebben. Helaas leidde de bewolking ertoe dat we honderd foto's hebben genomen van de ‘verkeerde' Mount Everest, en we de volgende morgen wederom voor dag en dauw op moesten staan om toch nog een blik te kunnen werpen op ‘de echte'. De volgende morgen werden we vroeg gewekt door de tenteigenaresse: het was ijskoud, de lucht strakblauw en het uitzicht op de berg adembenemend mooi.

Na zeven dagen in Tibet kan ik zeggen dat het een prachtig stukje van de wereld is. De onderdrukking door de chinezen komt echter overal tot uiting. Overal waar je kijkt hangt de chineze vlag, en de checkpoints en het aantal keren dat ik mijn paspoort heb moeten laten zien zijn niet meer op twee handen te tellen. Mooiste checkpoint-momentje was absoluut de keer dat onze paarden ‘zogenaamd' niet meer wilden stoppen en we zo de chineze militairen passeerden. Zeker na de onrusten in 2008 zijn de chinezen aanweziger dan ooit, en in mijn ogen absoluut niet terecht.

Zeven dagen in Tibet waren back to basis: na Lhasa geen douche meer, nauwelijks internet en beperkt elektriciteit. Wederom doet me dat de kleine dingen in het leven meer dan eens waarderen. Ik vlieg morgen van Laos naar Kunming, om daar mijn laatste dagen in China door te brengen. Ik heb genoten, vond het echt een geweldig (en bizar) land, maar ben inmiddels klaar om een nieuw land te gaan ontdekken. Ik heb afscheid genomen van al mijn winterkleren (ik moet bekennen dat vooral het afscheid met mijn Uggs erg zwaar was, we waren zo'n goed team de afgelopen drie maanden) zodat mijn backpack helemaal zon-, hitte-, en zomerproof is: Laos, here I come!

Bye bye Beijing, Hi hi Shanghai!

Negen weken Beijing zitten er op! De tijd is omgevlogen en ik vond het geweldig om twee maanden ‘inwoner' te zijn van een stad met achttien miljoen inwoners. De grootsheid van Beijing kan ik nog steeds niet bevatten. De stad is zo groot en lijkt met de dag groter te worden: er wordt zoveel gebouwd! Kwam ik hier twee maanden geleden aan op de school over een klein weggetje met gaten en kuilen, nu is het compleet geasfalteerd. De fietsenmaker waar ik een maand geleden mijn fiets liet repareren, foetsie.. Vorige week zat ik lekker met een latte te chillen in een trendy barretje in de wijk Gulou, hoor ik vervolgens dat de wijk (=oude hutong) elk moment tegen de vlakte kan gaan om plaats te maken voor nieuwe winkel- en kantoorgebouwen. Wanneer? Dat weet niemand. De Olympische Spelen hebben echt een gigantische invloed gehad op de stad (en ver daarbuiten overigens). Nog steeds vind je overal op straat verwijzingen naar Beijing 2008. Dat de stad erg vervuild is kan ik desalniettemin alleen maar beamen door middel van een mooie quote. Ik: Are you going on a holiday in the summer? Student: Yes, to Dalian. Ik: Why do you want to go to Dalian? Student: Because of the clean air.. Twee maanden in Beijing hebben me de kleine dingen in het leven doen waarderen: zacht bed (hmm), schone lucht (heerlijk), toiletten mét deur (luxe!) en het in staat zijn om een kaart te lezen (mijn mede-trainees zijn dat duidelijk niet..). Maar goed, tijd voor afscheid. In de laatste week heb ik met mijn drie mede-trainees nog een laatste tripje gemaakt naar Pingyao, een klein oud stadje in de Shanxi Province. Pingyao was vroeger een belangrijk financieel centrum, maar nu vooral bekend omdat het centrum erg goed bewaard is gebleven. Je hebt dan ook meer het gevoel rond te lopen in een openluchtmuseum, dan dat je ergens in het binnenland van China bent. Er is me één ding duidelijk geworden: ‘the Dutch are everywhere', werkelijk waar: overal Nederlanders! Terug in Beijng op de laatste avond halsoverkop nog snel even een pekingeendje naar binnen gewerkt (had ik nog niet gegeten, maar ik ben fan!) en de Bird's Nest by night gezien. Ik ben helemaal klaar voor part II: me, myself and my backpack!

Samen met Brenton en Ana ben ik eerst met de nachttrein naar Hangzhou gegaan. Hangzhou is echt een supermooie stad met veel groen en bomen. In het midden vind je een groot meer en daarom heen gebeurt het! Links theeplantages en natuur, rechts het CBD met winkels en kantoren: voor ieder wat wils. Waar ik op mijn beurt meegesleept werd van thee- naar zijdemuseum, mochten Ana en Brenton daarna met mij mee naar de Urban Planning Exhibition Hall (blijft met stip mijn favoriet!). Helaas was deze in Hangzhou alleen in het chinees, en ben je na het kijken van wat plaatjes al snel uitgekeken.

Vervolgens Shanghai: wat een wereld van verschil! Ben ik nog steeds in China? Ik zou je geloven als je me zou vertellen dat het niet zo was. Groot, georganiseerd maar bovenal modern! De skyline is prachtig, en die hebben we dan ook van alle kanten bekeken. Verder heerlijk gestruind door de French consession, naar een geniaal museum (Poster Propaganda Museum, in de kelder van een flat, onvindbaar, maar gaaf!) geweest en uiteraard de Urban Planning Exhibition Hall weer aangedaan (mét maquette!). Vandaag hebben we tien uur lang rondgehobbeld op de World Expo. Alhoewel ik vanochtend lichtelijk teleurgesteld was na een bezoek aan het Nederlandse Paviljoen, maakte een bezoek aan ‘Azie' alles weer goed. Gezien het feit dat de rijen bij de ‘bekende' paviljoens kilometers lang waren, heb ik me meer dan vermaakt met de minder bekende staten. Wat te denken van Noord-Korea (o.d.z. Paradise for People), Iran, Myanmar en zelfs Palestina (o.d.z. Jeruzalem: City of Peace). Ironisch genoeg was het paviljoen van Irak gesloten. Tevens grijpen de chinezen nog steeds elke kans aan om met een westerling op de foto te gaan, en werd ik ook vandaag weer 20 keer aangesproken en op de foto gezet.

Morgenmiddag ga ik dan toch echt afscheid nemen en in mijn eentje verder reizen. Eerst 35 uur in de trein naar Chengdu, om vervolgens een dag later nog eens 40 uur verder te treinen naar Lhasa, Tibet!

Aan de 'andere' kant van de wereld

Er zijn alweer bijna twee maanden voorbij van mijn tijd hier in Beijing, en dat betekent dat ik nog maar 1 weekje te gaan. Not two, not three, just one, ONLY ONE (inside joke). De tijd vliegt echt voorbij en het leven hier wordt met de dag chiller. De door Sofie ontworpen uitspraak ‘Ich bin ein Beijinger' lijkt dan ook steeds meer van toepassing te zijn. Dagen worden gevuld met chillen in het park, feestjes all over the place en de restanten ‘toeristische attracties in Beijing' afstrepen. Bovendien verbaas ik me er nog steeds over hoe snel je een netwerkje opbouwt in een vreemde stad. Lig je een dagje te chillen in een rustig hoekje van het park van de Temple of Heaven, kom je een bekende tegen... Ga je de volgende dag naar een muziekfestival, kom je nog meer bekenden tegen! Mag misschien vanzelfsprekend klinken, na 8 weken wonen in een stad met 18 miljoen inwoners denk ik daar inmiddels anders over. Ook de sfeer in ‘onze' groep is leuk: (woord)grappen over Sustainable Development zijn niet meer aan te slepen en de iedereen ziet op tegen het afscheid nemen.

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd voor Larry's birthday party. Larry is een computerleraar op onze school en beloofde ons een avond die we ons nog lang zouden herinneren. Aangezien onze school net buiten de vijfde Ringroad ligt, waren we weer genoodzaakt om een hostel te boeken in de stad. Ana moest haar paspoort op de school inleveren voor visumverlenging (zoals ik al zei: drama) en had dus niet de juiste papieren om in het hostel in te checken. Brenton's chinees zorgde er uiteindelijk voor dat we toch met z'n allen in konden checken. Het verjaardagsfeestje ergens in een kamertje op een universiteit was leuk, de club erna geweldig, mede mogelijk gemaakt door Anna's vier-uur-durende-paaldans-performance. Echter, China zou China niet zijn als er toch niet nog even iets ‘geks' gebeurde, en dus werd Ana bij thuiskomst om 03.00 's nachts alsnog geweigerd in het hostel... Na een ellenlange discussie mocht ze toch blijven, tot 05.30, rare chinezen..

Tevens was er vorige week een ‘belangrijke' dag op de stage: de Global Village. Niet iets waar we naar uitkeken, aangezien de communicatie zó bizar slecht was, dat het plan elke dag veranderde en we dus op de dag zelf nog steeds geen idee hadden wat we precies moesten doen.. We moesten in elk geval iets vertellen over onze eigen home countries. Dat resulteerde in een middagje knippen en plakken en binnen no time lag er een prachtige Holland poster op de vloer. De organisatie van de Global Village was ongeveer net zo slecht als de communicatie ervoor. Na wat niet-ingestudeerde Aiesec-dansjes (oh, kennen jullie die niet?) werd onze show aangekondigd, waarop wij onze werkbrauwen fronsden en vroegen: uhmm, welke show? Maar ach, er was een gitaar, en er was Ana, dus improvisatie ten top en we hadden een show. Ook de studenten moesten iets voorbereiden. Mijn Junior 1 klas had met enige hulp het liedje Lullaby ingestudeerd en mijn Senior 1 klas verbaasde iedereen met een geweldige playbackshow waarover nog lang nagepraat werd. Na afloop heb ik nog Hollandse dropjes uitgedeeld, waarvan de reacties als volgt waren: Do you really eat this? Is this some kind of medicin? Enige navraag leerde dat de studenten zich Holland nu vooral herinneren als ‘the country with the bad candy'.

Afgelopen donderdag was ik jarig (bedankt voor de vele felicitaties!!), en zoals ik in Nederland nooit een groot verjaardagsfeest hoef te geven vanwege koninginnenach, zo was ik ook hier weer onder de pannen. Want waar kun je je verjaardag in het buitenland nou beter vieren dan op de de Nederlandse ambassade? Enigszins overdressed ging ik met een oranje sjaal samen met Sofie naar de ambassade voor de koninginnedagreceptie. Alhoewel de zwarte pakken domineerden, was het een memorabel feestje. Plenair het Nederlandse volkslied zingen, maar vooral: de rode wijn werd continue bijgevuld en de schalen sauzijnenbroodjes, bitterballen en kaas kwamen zeer gelegen! Helaas was de ambassadeur himself niet aanwezig, i.v.m. de opening van de World Expo in Shanghai. Om 9 uur leidde de afterparty naar een Russische club, die absoluut niet voor herhaling vatbaar is.

De rest van het weekend werd uiteindelijk het beste weekend in Beijing ooit! Vrijdag uitbrakken tussen het industrieel erfgoed in het 798 Art District, zaterdag chillen in het park en 's avonds in een hutong op een dakterrasje nog heerlijk drankjes drinken en zondag naar het Beijing Midi Music festival: vier podia met chinese en internationale rockbands, heerlijk zonnetje, veel mensen, het was een sublieme dag! Mijn lieftallige moeder vroeg mij laatst hoe het was ‘aan de andere kant van de wereld'. Daarmee doelde zij niet op het spreekwoordelijke ‘het verre oosten', maar op de wereld van ‘bovenaf' waarin ik eens niet de kleinste ben. Nu valt het over het algemeen wel mee en voel ik me nog steeds niet echt groot hier in China, tot vandaag. Op het festival hoefde ik voor het eerst niet een uur lang te springen in de menigte om iets te kunnen zien, maar kon ik zowaar over wat mensen heen kijken: machtig gevoel! Er bleek ook een Nederlandse band op te treden (Ming's Pretty Heroes), waarvan de zangeres niet geheel toevallig ook het Wilhelmus inzette op de koninginnedagreceptie op de Nederlandse ambassade. Anyway, het was geweldig!

Nog zeven lessen en één tripje voor de boeg en dan zit Beijing er alweer op. Jammer, maar ook heel erg veel zin om te gaan reizen!

Veel liefs uit Beijing!

Maybe tomorrow

Hallo lieve allemaal!

Het is weer tijd voor een nieuw avontuur van mijn leven hier in wereldstad Beijing! Voor de verandering heb ik dit keer geen verre tripjes gemaakt, maar ben ik er op uit gegaan in eigen stad. Ik kan immers niet terugkomen na twee maanden Beijing zonder in staat te zijn om de chillste barren en vetste clubs te noemen. Laat staan het Olympisch stadion of de vele tempels niet van binnen te hebben bekeken.. Bovendien hebben we het hier op school ineens ‘druk'. Soms vergeet ik even dat ik hier eigenlijk voor een stage ben door de luttele uren waarop we werken, maar het is uiteraard leuk om wat meer projectjes op de school te doen. Zo organiseren we volgende week een Global Village en geven we Engelse les aan wat meisjes van de pianoschool.

Waar ik van tevoren vaak voor gewaarschuwd was ondervind ik nu zelf ook: communicatie met chinezen is een vak op zich. Voor een georganiseerde Hollander is het even wennen dat alles maybe tomorrow (of variaties als maybe next week, maybe later, of gewoon maybe) is. Ook aiesec doet hier goed aan mee, door ons voor alle activiteiten hooguit twee dagen van tevoren op de hoogte te stellen. Bovendien moeten we maandag een Global Village organiseren voor al onze studenten. Dit houdt in dat we een middag lang een presentatie over ons land moeten geven, dansjes, kleding etc. Bovendien moeten ook de studenten zelf een land kiezen en ons daarover vertellen. Tot vorige week wist ik niet eens wat een Global Village was.. En aangezien we geen les meer hadden met onze klassen, moesten we de studenten in de wandelgangen even vertellen dat ze een presentatie moeten voorbereiden. En tal van andere voorbeelden: zo stond ik op een woensdag braaf te wachten voor de yogales, bleek deze verschoven te zijn naar donderdag. De week daarop stond ik donderdag paraat, was de les woensdag al gegeven.

Het leuke aan reizen is dat je zoveel mensen leert kennen, de meest interessant gesprekken hebt en soms ook bijzondere contacten op doet. Zo leerden we in de eerste week Jon kennen, een Amerikaan die ook via aiesec een stage loopt. Jon werkt en woont in het Hilton hotel en hielp mee met een educatieproject over het milieu en wildlife op een basisschool, uiteraard volledig gesponsord door het Hilton hotel. Jon wist dat wij niet veel te doen hadden op onze school en zodoende nodigde hij ons uit om mee te helpen met het project. De dag van het project knutselden we een uur van tevoren even snel een spel in elkaar (zoals ik al zei: alles gaat hier lekker last-minute) voor 200 basisschoolkinderen. Na een superluxe, uitgebreide, lekkere, westerse (gratis!) lunch gingen we naar de school. Het was super! Omdat de kinderen een knuffeltje kregen als ze ook maar iets zeiden waren ze allemaal heel actief en deden ze met alles goed mee. Ons spel viel in de smaak waarop we werden uitgenodigd om de week erop mee te gaan naar de dierentuin. Op woensdagochtend om 9 uur stonden we in de dierentuin, maar na 3 uur zoeken en 25 telefoontjes konden we de groep nog steeds niet vinden en hebben we zelf maar rondgekeken.

Ook dit keer zijn de Chinese taxichauffeurs weer een speciale vermelding waard. Wat te denken van de keer dat onze taxi een lekke band had en de taxichauffeur gewoon vrolijk doorreed. Of de keer dat wij weigerden om het vierdubbele te betalen voor het taxiritje (vrij logisch lijkt mij) en de taxichauffeur weer een kwartier terug reed naar ons beginpunt om ons er daar uit de schoppen. Als klap op de vuurpijl kwamen gister toen Brenton en ik uitstapten uit onze (illegale) taxi vijf politiemannen op ons afrennen die alleen chinees spraken. Ze vroegen onze paspoorten, naam, telefoonnummer etc, die wij uiteraard weigerden te geven, wat resulteerde in een minutenlange discussie zonder dat iemand ook maar begreep wat de ander zei. Achteraf bleek dat ze alleen getuigen nodig hadden om de illegale taxichauffeur op te pakken, maar ja.. haal die boodschap maar eens uit een spraakwaterval woorden waarvan je er geen een begrijpt.

Tot slot ben ik vorig weekend voor het eerst uit geweest in Beijing! Door onze avondklok en de reistijd naar de school hebben we maar een hostel geboekt in de barstreet. Dit beviel uiterst goed en is voor herhaling vatbaar! Verder ben ik mijn reisplannen verder aan het vormgeven. Na mijn stage ga ik eerst naar Shanghai (World Expo Ticket inmiddels in the pocket!) en vanaf daar richting het westen: Tibet! Verder kom ik nu langzaam in de horrorperiode die visum verlengen heet, maar ik ben nog vol goede moed. Hopelijk lukt het want ik wil graag nog in China blijven: het is fantastisch!

Tot de volgende keer!

X Kim